Wat er ook over ons bestaan te melden valt, er zijn altijd mensen die het voor anderen willen verbeteren. Van kinds af aan meegekregen, door persoonlijke ervaringen geïnspireerd geraakt, intrinsiek aanwezig? Aan het woord Debora Molenaar van World Vision Nederland. Missie: wereldwijd kinderen in de meest kwetsbare omstandigheden in staat te stellen uit armoede op te staan.
Hoe ben je tot dit werk gekomen?
‘Ik was een jaar of twaalf en Jane, een vrouw uit Nigeria
kwam in ons dorp in Zeeland wonen. Oud-Vossemeer, er woonden zo’n drieduizend
mensen en niemand van kleur. Niemand sprak haar aan. Maar mijn ouders deden dat
wel. Ik kan me nog heel goed herinneren dat mijn vader haar ging helpen toen
haar voordeur kapot was. Dat simpele gebaar van, we geven om je en we willen
graag dat je je hier thuis voelt, heeft me mede gevormd. Natuurlijk met de
opvoeding waar dat een logisch onderdeel van was. Ik ben pedagogische
wetenschappen gaan studeren en daarna een aantal jaar in Griekenland gaan
wonen, waar ik op Lesbos en Samos met vluchtelingen werkte. Het besef dat in
Nederland geboren zijn een voorrecht is, is door de jaren alleen maar sterker
geworden. Bij World Vision houd ik me bezig met het werven van subsidies en ben
ik eindverantwoordelijk voor wat er ter plaatse met die fondsen gebeurt.’
Kun je in het kort beschrijven wat World
Vision doet?
‘World Vision werkt in 100 landen met 35.000 medewerkers,
waarvan het overgrote deel lokaal is. Ons werk rust op drie pijlers. De eerste
is ontwikkelingssamenwerking, langdurige projecten gericht op structurele
verbetering voor de kinderen. De tweede is noodhulp bij acute crises. De derde
is lobby en beleidsbeïnvloeding, waarbij we overheden en internationale
organisaties proberen te bewegen tot betere beslissingen. We kijken altijd naar
wat er wél mogelijk is, ook in
de moeilijkste omstandigheden.’
Er is nogal wat gaande in de wereld.
Welke impact hebben crises in het algemeen op het leven van kinderen?
‘Een crisis raakt alle aspecten van hun leven tegelijk.
Kinderen verliezen toegang tot onderwijs. Akkers verdwijnen. Inkomens vallen
weg. Er is geen voedselzekerheid meer, honger en kwetsbaarheid nemen toe.
Vrouwen en kinderen zijn extra kwetsbaar voor alle soorten geweld. Daarbovenop
komen problemen als gebrek aan schoon drinkwater en achteruitgang van de
fysieke gezondheid. De nood is groot maar we zien wereldwijd de tendens dat
overheden zich terugtrekken. Ook de Nederlandse overheid bezuinigt.’
Wat zijn de grootste probleemlocaties op
het moment?
‘De situatie is op meerdere plekken tegelijk ernstig. In
Soedan is de crisis al lang gaande zonder uitzicht op verbetering. In Congo
speelt al sinds 1994 een min of meer permanent conflict. Met gewapende groepen
die vechten om de controle over de mineralen en metalen die worden gebruikt in
batterijen voor de groene transitie en in telefoons. De lokale bevolking lijdt
hier zwaar onder. In het Midden-Oosten is voortdurende escalatie gaande. Denk
aan in Libanon en Gaza, met de dreiging van een bredere confrontatie met Iran.
En in Afghanistan is de Taliban aan de macht en betaalt de bevolking
ondertussen de prijs.’
Je was recent in Congo. Wat heb je daar
gedaan?
‘In Zuid-Kivu heb ik gekeken naar de impact van onze
projecten op lokaal niveau, met name op het gebied van watervoorziening,
sanitatie en hygiëne. De Nederlandse overheid heeft besloten de financiering
voor projecten in Congo te verminderen, of zelfs helemaal stop te zetten. Dat
maakt het bezoek des te urgenter. Je wilt met eigen ogen zien wat er op het
spel staat. Ik ben er vaker geweest en ben er in zekere zin aan gewend, maar
het blijft je raken; kapotgeschoten schoolgebouwen, schoolbanken die als brandhout
worden gebruikt, kogelgaten in de muren.’
Kun je een voorbeeld geven van
succesvolle concrete hulp? Iets waarvan je zegt, ja, daar doe ik het voor?
‘Ik sprak met Marie, een meisje van dertien. Elke dag moest
ze twee uur lopen om water te halen. Dan heb je het niet alleen over de tijd
die dat kost, maar ook over het risico voor zo’n kind, alleen op pad.
Bovendien, hoeveel water kan ze dragen? Vaak is dat natuurlijk niet genoeg. Wij
hebben vlak naast haar dorp een waterreservoir gebouwd. Nu heeft ze schoon
drinkwater om de hoek. Dat klinkt misschien klein, maar dat is het zeker niet.
Zoiets verandert alles. Ze is gezond. Ze is beschermd. Ze kan naar school en
gewoon kind zijn, spelen met andere kinderen. We zijn in Nederland vaak ver weg
van dit soort realiteiten, maar als je met beide ogen concrete verbetering
ziet, zelfs al zou dat maar voor één
ander mens zijn, dan weet je, hier gaat het om. Dit is waardevol.’
‘Het besef dat in Nederland geboren zijn een voorrecht is,
is alleen maar sterker geworden’
Meer informatie: www.worldvision.nl
Tekst: Gijs de Swarte